Skip to content
U bevindt zich hier: Home arrow Bio-brandstof?
Bio-brandstof? PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Hans Vanhecke   
zondag 22 juni 2008

ImageImage
Hieronder chronologische reconstructie van de Palmolie-actie van diverse Milieu- en Noord-Zuid bewegingen uit de regio.
Dit naar aanleiding van de bouw van een biomassacentrale op het Deltapark te Kortrijk.
Het resultaat is gekend de nieuw centrale zal niet werken met Palmolie.
Ook voorzien we nog wat meer uitleg over waarom Palmolie verbouwen schadelijk is voor milieu en enkele nuttige links met nog meer info.

10/04/2008 - Open brief

Aan de leden van de Bestendige Deputatie
Aan de leden van de Provincieraad van West-Vlaanderen
Aan het College van Burgemeester en Schepenen en de leden van de gemeenteraad van Kortrijk, Zwevegem en Harelbeke

Betreft: Project Evolis - bouw biomassacentrale op het Deltapark te Kortrijk

Geachte heer/mevrouw,
Wij, de Zuid-West-Vlaamse Natuur- en Milieukoepel vzw, Natuurpunt vzw, Greenpeace, Friends of the Earth, Oxfam Wereldwinkels, Bond Beter Leefmilieu, 11.11.11-Kortrijk, MiNa-raad Kortrijk, de Noord-Zuidraad van Kortrijk, de Noord-Zuidraad van Zwevegem en de Noord-Zuidraad van Harelbeke, willen uw aandacht vragen voor een “probleemproject” op het nieuwe industrieterrein Evolis in Kortrijk.

Op “Evolis” wordt nl. naast enkele windmolens, een groene stroomcentrale voorzien in samenwerking met de ? rma Electrawinds uit Oostende. Volgens onze informatie zal deze centrale “groene” stroom produceren voor 40.000 gezinnen.
Op het eerste zicht lijkt dit een zeer positieve aanpak.
De centrale zal stearine, een restproduct bij de raffinage van palmolie, verbranden. De elektriciteit die zo wordt opgewekt zal dan als zgn. “groene” stroom naar de consument gaan, terwijl de restwarmte gebruikt zal worden in de omliggende bedrijven. Door het gebruik van biobrandstoffen willen de initiatiefnemers, naar eigen zeggen, minder CO2 uitstoten.

Palmolie is niet groen
Jammer genoeg klopt dit verhaal niet. De palmolie zal afkomstig zijn uit plantages in Indonesië van de ?rma Wilmar, één van de grootste palmolieproducenten ter wereld. Palmolie wordt geteeld op enorme plantages, grond waar ooit tropisch regenwoud of moerasland was of waar kleinscha-lige landbouw bedreven werd. Op deze manier is in Azië al vele jaren een ecologische ramp aan de gang.
Studies tonen aan dat bij de aanleg van deze plantages meer CO2 vrijkomt dan dat er ooit zal door vermeden worden.
Door het kappen van de bos-sen en het droogleggen van moerasland, is Indonesië de 3de grootste uitstoter van CO2 ter wereld (bron WRI (2007)). Palmolie gebruiken als brandstof draagt met andere woorden helemaal niet bij aan een beter klimaat.

De lokale bevolking is de dupe.
De lokale bevolking wordt dikwijls van haar grond verdreven om plaats te maken voor de plantages, met heel wat so-ciale drama’s tot gevolg. In andere gevallen wordt bij de uitbating van de plantages geen rekening gehouden met de aanwezigheid van lokale gemeenschappen in de buurt.
De plantages verstoren de hele waterhuishouding en vernietigen alle biodiversiteit in de getroffen regio.
De rechten van de plantagearbeiders worden daarenboven al te vaak met voeten getreden.
Indonesische ngo’s zoals Walhi (Friends Of The Earth Indonesia), waarvan in 2006 enkele vertegenwoordigers op bezoek waren in het 11.11.11 comité van Zwevegem, wijzen erop dat de schade die lokale gemeenschappen onder-vinden ten gevolge van de aanleg en uitbating van palmolieplantages groot is.
Veel groter dan met alle goedbedoelde ontwikkelingsprojecten kan gecompenseerd worden.
In december 2007 naar aanleiding van de VN-Klimaatconferentie in Bali, bracht de Indonesische organisatie Sawit Watch verslag uit aan Oxfam-Wereldwinkels over de sociale problemen die gepaard gaan met de palmolieplantages.
Deze organisatie die dorpsgemeenschappen, boeren en loonarbeiders vertegenwoordigt die getroffen worden door palmolieplantages in Indonesië, stelt dat er in Indonesië al meer dan 400 gemeenschappen in conflict liggen met palmoliebedrijven omwille van landverdrijvingen en schending van landrechten.

Een deel van de palmolieproductie als ‘duurzaam’ beschouwen is geen oplossing.
Palmolie werd tot voor enkele jaren als de oplossing gezien voor het dreigend tekort aan petroleum.
Ook de Europese gemeenschap mikte hier sterk op in het kader van haar klimaatbeleid. Het wordt echter steeds duidelijker dat deze remedie erger is dan de kwaal. In januari 2008 heeft de Europese Commissie dan ook een richtlijn voorgesteld waarbij biobrandstoffen alleen nog aanvaardbaar worden geacht als ze duurzaam geproduceerd worden.
De sector van de palmolieproducenten probeert nu aan te tonen dat ze wel op een verantwoorde manier werken via een RSPO certificatie. Maar het is vandaag onmogelijk om een duurzaamheidsgarantie af te leveren voor  palmolie.

Electrawinds wil de groene stroomcentrale in Kortrijk laten werken op gecertificeerde olie waarbij naar hun zeggen de palmolie afkomstig zal zijn van reeds bestaande plantages en dat er voor hun project geen nieuw tropisch bos zal sneuvelen.
Dit is echter een zeer betwistbare stelling.
Hoe groter de vraag naar palmolie in het Westen, hoe groter ook het nodige areaal. Zelfs als voor de palmolieplantages op zich geen bos sneuvelt, blijft er de dreiging van indirecte ontbossing of zogenaamde leakage: er wordt bos gekapt voor andere plantages, die opzij gedreven worden door de uitbreiding van palmolie plantages.
Een stijgende vraag legt dus hoe dan ook een hypotheek op het tropische bos, het moerasland en de beschikbare landbouwgrond. De gronden die voorbestemd zijn om de groeiende vraag naar palmolie op te vangen zijn op dit moment ofwel ongerepte natuur, ofwel worden ze gebruikt voor de voedselproductie.

Conclusie
Al deze factoren maken dat dit project onmogelijk kan of mag worden voorgesteld als “groene energie” en een bijdrage aan de oplossing van de klimaatproblematiek.
Integendeel.

Er is een alternatief voor deze palmoliecentrale
Hetzelfde Electrawinds is gestart met de bouw van een biomassacentrale in Oostende.
Die zal draaien op biomassa af-val zoals huisvuil, snoeihout, bermgras en bioafval uit de landbouw en zal dezelfde capaciteit hebben als de geplande centrale in Kortrijk. Momenteel gaan heel wat van deze biomassastromen uit onze streek naar de energiecentrale van Electrabel in Ruien waar ze samen met steenkool verbrand worden.
De energetische opbrengst van de biomassa is hierbij heel laag aangezien dergelijke centrale slechts een rendement heeft van ongeveer 36%. Bovendien zijn wij overtuigd dat er in onze regio ruimte is voor andere initiatieven rond hernieuwbare energie.
In de eerste plaats willen we daarbij wijzen op de mogelijkheden van windmolens. De enkele windmolens die voorzien worden binnen het project van Evolis zijn slechts een fractie van de beschikbare mogelijkheden.
Een groot aantal industrieterreinen en snelwegen in onze regio komen immers in aanmerking voor windmolens.
Naast hernieuwbare energieën, zoals windmolens, is er een gigantisch potentieel voor energiebesparing en energië-ef?ciëntie.
Uiteindelijk is het groenste kilowatuur het uur dat niet gebruikt wordt.

Binnenkort zal de vergunningsaanvraag worden ingediend voor deze biomassacentrale op Evolis.
Wij willen u nadrukkelijk vragen om u verder te informeren rond deze problematiek en de desbetreffende vergunning niet af te leveren. Nog zeer recent heeft de Antwerpse deputatie 2 vergunningen geweigerd voor identieke palmoliecentrales, met als uitdrukkelijke motivatie dat palmolie ingaat tegen het concept duurzame ontwikkeling (weigering op basis van artikel 7 bis van de grondwet).

Tegelijk roepen we alle beleidsverantwoordelijken op om een krachtige beweging op gang te brengen in deze regio voor een dynamisch klimaatbeleid. Wij willen daar vanuit het middenveld met al onze mogelijk-heden aan meewerken.
De wereld heeft er dringend nood aan.

Met dank voor de aandacht die u hieraan zal besteden
Hoogachtend,
de Initiatiefnemers:
Image

 22/04/2008 - Artikel in Het Nieuwsblad

Palmolie verbouwen schadelijk voor milieu!
KORTRIJK - 'Door palmolie te gebruiken bewijs je het milieu geen dienst', zegt Herman Nachtergaele van de Zuid-West-Vlaamse milieu- en natuurkoepel. 'Miljoenen hectaren tropisch regenwoud, moeraslanden en traditionele landbouwgronden werden al vervangen door monoculturen voor biobrandstof. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van ontbossing, rottende veengrond en intensieve landbouw zal elke winst door verminderd gebruik van fossiele brandstoffen overtreffen.'

'Palmolie als brandstof draagt dus helemaal niet bij aan een beter klimaat. Het verhaal wordt nog absurder als men bedenkt dat deze palmolie van de andere kant van de wereld naar Kortrijk getransporteerd wordt, opnieuw een grote verspilling van energie.'

 22/04/2008 - Artikel 2 in Het Nieuwsblad

Leiedal ziet af van palmolie in stroomcentrale
Olie toch niet milieuvriendelijk

KORTRIJK - De stroomcentrale die er komt op het bedrijventerrein Evolis zal geen palmolie verbranden zoals aanvankelijk was gepland. Leiedal ontdekte dat die geen 'groene' stroom levert terwijl dat net de bedoeling is. De natuurverenigingen zetten met een open brief extra druk op de ketel.

Het bedrijventerrein Evolis, gelegen tussen de E17, de Oudenaardsesteenweg (N8) en de ring rond Zwevegem (N391), is in volle opbouw. Volgens de overheid moet het project een voorbeeldfunctie hebben in Vlaanderen.
Dat heeft onder meer te maken met de milieuvriendelijke stroom die de nv Electrawinds uit Oostende er via vier windmolens en een biomassacentrale wil leveren voor 40.000 gezinnen. De restwarmte gaat naar de bedrijven in de buurt.

Met de vier windmolens langs de E17 in Kortrijk is er niets aan de hand. De bouw ervan start binnenkort.
De turbines van elk 108 meter hoog zullen vanaf augustus zogenaamde 'groene' stroom leveren.

Er is wel een probleem met de biomassacentrale die voor het grootste deel van de stroomlevering zal instaan.
Daar moest palmstearine - een kleurloos, geurloos en smaakloos vet dat van palmolie komt - aanvankelijk dienen als brandstof.
Maar die vlieger gaat niet meer op, want een week geleden verstuurde de Zuid-West-Vlaamse natuur- en milieukoepel een open brief naar de politici van Kortrijk, Harelbeke en Zwevegem om er hen op te wijzen dat palmolie helemaal niet voor 'groene' stroom zorgt. Palmolie verbouwen is schadelijk voor het milieu en bovendien moet het ingevoerd worden vanuit Indonesië.

Herman Nachtergaele van de Milieukoepel zegt dat al heel wat politici reageerden, maar volgens de intercommunale Leiedal en de investeerders van nv Electrawinds is dat protest nergens voor nodig. 'Maanden geleden al werd besloten om niets meer aan te vangen met de palmolie', zegt Peter Goderis van de nv Electrawinds. 'Normaal gezien proberen we het in de plaats met dierlijke en plantaardige afvalvetten.'

De verandering zal geen vertraging opleveren voor de bouw van de biomassacentrale. Die was gepland tegen de zomer van volgend jaar om klaar te zijn tegen eind 2009.

Op dit ogenblik is er nog geen bouwaanvraag ingediend en een vraag om een milieuvergunning kwam er evenmin al. 'Eens we voldoende inzicht hebben in de problemen komt het er allemaal wel', zegt Karel Debaere, directeur van Leiedal. Ook de aanleg van het bedrijventerrein zit nog altijd op schema.
(Bron: Het Nieuwsblad 22/04/08)

Extra info en Links

Palmolieplantages veroorzaken massale ontbossing en CO2-uitstoot in Indonesië
Indonesië staat verrassend hoog in de ranglijst van landen met de grootste uitstoot van broeikasgassen.
Dat is niet zozeer een gevolg van de industriële activiteiten, maar vooral door de massale ontbossing.

Veertig procent van de oerbossen in Indonesië zijn al vernietigd en wat nog overblijft aan intacte bosgebieden loopt een hoog risico op snelle degradatie.De palmolie-industrie draagt daarvoor een grote verantwoordelijkheid.
Wereldwijd is ongeveer 90 procent van de palmolieproductie afkomstig van plantages uit Indonesië en Maleisië.

De internationale milieubeweging Greenpeace voert al een tijdje campagne over de negatieve impact van palmolie op bossen en klimaat. Vorige week publiceerde Greenpeace het rapport ‘The hidden carbon liability of Indonesian palmoil'. Het onderzoekt het risico dat investeerders in de palmolie-industrie lopen. De uitstoot van broeikasgassen wordt steeds meer beschouwd als een 'risicofactor'. Een grote speler op de markt zoals Unilever zou ongeveer 714 miljoen euro per jaar (of 14 procent van de jaarwinst van de groep voor 2007) moeten betalen indien het bedrijf de kosten van de broeikasgasemissies (30 euro per ton CO2-uitstoot) van zijn palmolieplantages zou compenseren. Unilever behoort tot de grootste verbruikers van palmolie ter wereld en is vooral gekend bij het grote publiek van populaire cosmetica- en voedingsmerken. Jaarlijks consumeert het bedrijf ongeveer 1,3 miljoen ton palmolie of drie procent van de totale wereldproductie. Ongeveer de helft daarvan komt uit Indonesië. Andere multinationale bedrijven zoals Nestlé, Procter&Gamble en Kraft lopen een gelijkaardig financieel risico.

Als reactie op een eerste Greenpeace-rapport in april hebben duizenden cyberactivisten een mail naar Unilever gestuurd met de vraag de Indonesische oerbossen niet langer om zeep te helpen.
En blijkbaar met succes.
Tijdens de 'May Day Climate Change Summit' in Londen kondigde Unilever-CEO, Patrick Cescau, aan dat zijn bedrijf de vraag van Greenpeace steunt om een moratorium in te stellen op de vernietiging van het Indonesische regenwoud.
Dit is al een eerste stap in de goede richting, vindt Greenpeace.
Maar ook alle lokale leveranciers van Unilever moeten dit voorbeeld volgen.
Greenpeace eist dat alle bedrijven én hun investeerders hun verantwoordelijkheid opnemen in het klimaatdebat, net zoals Greenpeace zelf intern probeert te doen.

Chili wil brandstof uit bossen halen
door Daniela Estrada voor IPSnews 

SANTIAGO, 3 februari 2009 (IPS) - Chili wil binnen vijf jaar op commerciële schaal biodiesel of bio-ethanol uit hout produceren. Dat soort brandstoffen concurreert niet met de productie van voedselgewassen. Maar toch dringen experts aan op een voorzichtige aanpak. In oktober vorig jaar zagen in Chili twee consortia het licht voor onderzoek naar en de ontwikkeling van biobrandstoffen op basis van houtvezels. Chili moet veel brandstof invoeren en stoot steeds meer broeikasgassen uit. Als het land voldoende hernieuwbare energiebronnen kan aanboren, zijn die twee problemen in één klap opgelost. Biomassa – plantaardig materiaal dat kan worden omgezet in gas, diesel of ethanol – biedt in een uitgestrekt land als Chili veelbelovende perspectieven.

Hout genoeg
Aan houtvezels is er in Chili geen gebrek: het land telt 159.000 vierkante kilometer bos (ongeveer vijf keer de oppervlakte van België) en nog eens bijna evenveel landbouwgrond. In principe kan zowel uit houtafval als uit bomen en struiken die speciaal voor latere destillatie geteeld worden, ethanol of diesel worden gehaald. Ook oogstafval is bruikbaar.

Tot hiertoe wordt bio-ethanol vooral uit maïs en suikerriet gedestilleerd. Voor biodiesel worden onder meer soja en palmnoten gebruikt. Dat drijft de prijzen van die voedselgewassen op, terwijl de teelt ook waardevolle landbouwgrond inneemt of de ontbossing in de hand werkt. Biobrandstoffen van de tweede generatie, op basis van houtvezels of oogstafval “laten toe veel grotere hoeveelheden te produceren en vermijden de ernstige conflicten die de huidige biobrandstoffen kunnen veroorzaken”, zegt Guilherme Schuetz, een expert van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO.

Duitsland, de VS en Zweden lopen voorop in het onderzoek naar die tweede generatie van biobrandstoffen. Sommige landen zijn al bijna klaar om ze in te zetten, en binnen drie tot vijf jaar zou het gebruik in Europa al goed op gang moeten zijn. Nu kost een liter bio-ethanol van de tweede generatie nog 60 tot 80 eurocent per liter, maar volgens Schueltz kan de kost tegen 2030 halveren.

Voor en tegen
Biobrandstoffen van de tweede generatie “brengen alleen goed nieuws voor een land met een sterke bosbouwsector”, zegt Aldo Cerda, een bosbouwexpert van de Fundación Chile. De gemengde instelling die innovatie en de ontwikkeling van menselijk kapitaal moet bevorderen, participeert in Bioenercel, een van de twee consortia die Chili aan de nieuwe brandstof moeten helpen. De grootste bosbouwondernemingen van het land, Masisa, CMPC y Arauco, zijn ook van de partij, net als twee universiteiten.
“De vraag naar houtvezels zal toenemen, en daar zullen alle eigenaars wel bij varen”, voorspelt Cerda. “Er zijn meer mensen nodig om de bestaande bossen te beheren, en we kunnen weer iets aanvangen met ontboste gebieden met geërodeerde bodems.” Cerda maakt zich sterk dat Bioenercel met zijn budget van 8 miljoen euro voor de komende vijf jaar Chili “goedkope en competitieve” bio-ethanol zal opleveren.
Daniela Escalona van de regionale milieuorganisatie Observatorio Latinoamericano de Conflictos Ambientales maakt zich wel zorgen. De snelgroeiende bomen en struiken die speciaal worden aangeplant voor de aanmaak van biobrandstoffen, halen veel voedingsstoffen uit de bodem en hebben ook veel water nodig. Ze vraagt zich ook af of de bedrijven die zich op de nieuwe brandstoffen gooien, genoeg oog zullen hebben voor de gemeenschappen van kleine boeren en indianen die in de bosgebieden leven.
Volgens Schuetz hangen de risico’s af van de schaal waarop er gewerkt wordt en manier waarop de grondstoffen beschikbaar worden gesteld. Hij pleit voor de productie van biodiesel op basis van oogst- en houtafval. Chili zou er volgens de FAO-expert niet goed aan doen kapvergunningen te verlenen in de kwetsbare natuurlijke bossen. Hij waarschuwt ook voor de milieuproblemen die grote plantages met één of enkele boomsoorten kunnen opleveren en voor de onbekende gevolgen van de keuze voor genetisch gewijzigde boomsoorten.

IPS(PD, JG) 


Websites
http://www.11.be/index.php?option=content&task=view&id=103674
http://www.greenpeace.org:80/belgium/nl/news/palmoil

Laatst geupdate op ( zondag 24 januari 2010 )
 
Advertisement

Willekeurige afbeeldingen

PC060016 PB110027 PC060026 foto030 P9060014 P9060009 P9060038 annemiestr_20090306_018 PB110031 PB110033

Volgende activiteiten

View Full Calendar